Ius mentis Homepage | Categorieën | Lijst A-Z | Willekeurig artikel | Herpubliceren? | Over deze site | Blog | Contact
 

Foto's en het portretrecht

Wie op de foto staat, kan via zijn portretrecht publicatie van de foto verbieden als hij daar een redelijk belang tegen kan aanvoeren. Privacy is het meest voorkomende belang. Voor bekende personen is er ook een commercieel belang.

Door ICT-jurist Arnoud Engelfriet (blog, contact).

Wie een foto maakt, heeft daarop het auteursrecht. Dit geldt natuurlijk ook voor portretfoto's. Maar publiceren van foto's van personen mag niet zomaar. De geportretteerde heeft ook bepaalde rechten. Dit heet het portretrecht. Op grond van zijn portretrecht mag de geportretteerde bijvoorbeeld de foto zelf kopiëren en (in beperkte mate) publiceren, mits de naam van de fotograaf maar genoemd wordt.

Een portret dat zonder opdracht is gemaakt, mag alleen worden gepubliceerd als daarmee geen redelijk belang van de geportretteerde in gevaar komt. In veel gevallen gaat het dan om een privacybelang. Als de foto nieuwswaarde heeft, moet dit privacybelang worden afgewogen tegen het belang van vrije meningsuiting.

Deze regels gelden natuurlijk net zo goed voor films in plaats van foto's.

Inhoudsopgave

Wat is een portret

Een afbeelding is een "portret" wanneer er een persoon herkenbaar op afgebeeld is. Meestal gaat het bij portretten om foto's, maar ook tekeningen en schilderijen en dergelijke kunnen portretten zijn. En niet alleen goed gelijkende afbeeldingen zijn portretten: ook een karikatuur is een portret.

Vormen van portretten

Een portret van Charlie Chaplin, in de vorm van een silhouet Een afbeelding van iemands gezicht is de meest voorkomende vorm van een portret. Het is echter niet de enige mogelijkheid. Een persoon kan ook door een karakteristieke lichaamshouding herkenbaar zijn. Denk b.v. aan een silhouet-afbeelding van Charlie Chaplin. Het bekende "zwarte balkje" over iemands gezicht is dus niet per definitie genoeg om te concluderen dat de foto geen portret meer is.

Ook de context waarin de persoon is vastgelegd kan er toe leiden dat hij herkend kan worden. Een zanger met grote zonnebril op is misschien niet direct herkenbaar, maar als hij samen met de band wordt gefotografeerd vaak weer wel.

Portret of niet?

Aan de andere kant, het enkele feit dat iemand op een foto staat, maakt het nog geen portret en geeft de gefotografeerde nog geen rechten. Een luchtfoto van een voetbalstadion, waarin de supporters als een hoop stipjes te zien zijn, is geen portret. Een nieuwsfoto met daarop herkenbaar een tiental supporters is dat wel.

Portretten in opdracht

De wet maakt onderscheid tussen "portretten in opdracht" en "portretten anders dan in opdracht." Bij portretten in opdracht is de basisregel simpel: de geportretteerde mag kopieën maken van het werk, en de maker mag het werk niet zonder toestemming publiceren.

Kopiëren door geportretteerde is geen inbreuk

Als iemand een portret laat maken, heeft de maker daarop het auteursrecht. De geportretteerde heeft echter het recht om kopieën te maken van dat portret. De auteurswet bepaalt (artikel 19 lid 1):

Als inbreuk op het auteursrecht op een portret wordt niet beschouwd de verveelvoudiging daarvan door, of ten behoeve van, den geportretteerde of, na diens overlijden, zijne nabestaanden.

Staan er meerdere personen op het portret, dan moeten ze toestemming van elkaar hebben om de kopie te maken. Is een van de geportretteerden overleden, dan hebben zijn nabestaanden tien jaar lang het recht om toestemming te geven of te weigeren.

Om een voorbeeld te geven: een bruidspaar mag op grond van dit artikel zelf extra kopietjes van de trouwreportage maken en die in hun albums plakken.

Publicatie valt niet onder bovenstaande regel. Hiervoor zijn twee andere uitzonderingen:

  1. Publicatie in de familie- en vriendenkring: een kopie geven aan oma en de tantes uit Canada is toegestaan (art. 12 lid 4 Auteurswet). Waarschijnlijk valt hier een strikt afgeschermd Facebook- of Hyvesprofiel ook onder.
  2. Publicatie in een "nieuwsblad of tijdschrift" is ook toegestaan (art. 19 lid 3 Auteurswet). Het lokale krantje mag die foto dus gebruiken om verslag te doen van de geslaagde bruiloft. Naamsvermelding van de fotograaf is wel verplicht. Of een website hier ook onder valt, is een juridisch open vraag.

De fotograaf hoeft hieraan geen medewerking te geven

De maker van het werk heeft geen verplichting om mee te werken om dit allemaal mogelijk te maken. Zo hoeft een fotograaf dus niet zijn negatieven, RAW-bestanden of hoge kwaliteit JPEG-bestanden af te staan of uit te lenen zodat de geportretteerde bij een fotocentrale wat extra afdrukken kan laten maken.

Geen publicatie zonder toestemming

Zoals gezegd heeft de fotograaf, schilder of andere maker van het portret gewoon het auteursrecht op de afbeelding. Er gelden wel een paar beperkingen. De belangrijkste beperking is dat de maker het werk niet mag publiceren zonder toestemming van de geportretteerde. Als deze is overleden, hebben de nabestaanden tien jaar lang het recht om toestemming te geven of te weigeren. Staan er meerdere personen op het portret, dan heeft de maker van alle geportretteerden deze toestemming nodig.

Toestemming verkrijgen

Meestal zal de maker expliciet vragen om toestemming. Een getekend contract is wel zo handig als bewijs. Maar dit hoeft niet: toestemming per e-mail telt bijvoorbeeld ook. Er zijn geen formele eisen aan de vorm van die toestemming.

De toestemming kan ook impliciet worden gegeven. Als iemand wordt geinterviewd voor een krant, en de fotograaf van de krant maakt een foto, dan had die persoon moeten weten dat die foto in de krant zou komen. De krant hoeft dan niet meer expliciet om toestemming te vragen.

Publicatie door justitie

Een bijzonder geval is publicatie door justitie. De politie (maar ook andere overheidsinstanties die met justitie te maken hebben) mogen zonder meer portretten van mensen publiceren. Dit moet wel in het belang van de openbare veiligheid of ter opsporing van strafbare feiten zijn.

Portretten zonder opdracht

Portretten kunnen ook worden gemaakt zonder opdracht. Een fotograaf kan b.v. in een winkelstraat foto's maken van het winkelend publiek, of foto's maken bij een rechtszaak of voetbalwedstrijd. In deze gevallen geldt een andere regel. Publicatie mag, tenzij dit een redelijk belang van de geportretteerde schendt.

De meeste portretten zijn niet in opdracht. De wet is dan iets minder strikt: er is geen toestemming nodig van de geportretteerden om de foto te mogen publiceren. De fotograaf moet dan zelf inschatten of publicatie nadelig zou zijn voor de mensen op de foto (art. 21 Auteurswet). Als dat zo is, dan mag hij niet publiceren.

Redelijk belang tegen publicatie

De wet zegt dat de geportretteerde een "redelijk belang" moet kunnen inroepen tegen publicatie. De vraag wat nu zo'n "redelijk belang" is, is in de jurisprudentie beantwoord. De belangrijkste belangen zijn het financieel belang en het privacybelang. Ongewenste publicatie van portretten met naakt of erotiek zijn bijvoorbeeld vrijwel altijd tegen het redelijk belang van de geportretteerde. Een bekende persoon kan in veel gevallen geld vragen voor gebruik van zijn portret. Een foto met zijn gezicht er op mag dan niet zomaar worden gepubliceerd.

Openbare weg

Het feit dat de foto iets toont dat op de openbare weg gebeurt, is in principe niet relevant. Ook op de openbare weg heb je een zekere mate van bescherming van de privacy. Zo kon een vrouw die werd gefotografeerd op een Wasteland-party, publicatie van die foto in de Nieuwe Revu aanpakken via haar portretrecht.

Dat wil echter niet zeggen dat elke foto op de openbare weg zonder meer te verbieden is op grond van de privacywetgeving of het portretrecht. In 2009 bepaalde het Hof Amsterdam dat publicatie van een gewone foto van een joggende dame op straat niet via het portretrecht tegengehouden kon worden. Men moet kunnen laten zien hoe de openbare weg eruit ziet, en dat daarbij "toevallige passanten" in beeld komen, was dan onvermijdelijk. Het doet er dus zeker toe hoe prominent iemand op de foto staat.

Commercieel gebruik

Een karikatuur van minister-president Balkenende Ook bij commercieel gebruik van iemands portret, bijvoorbeeld in reclame, is al snel een redelijk belang aanwezig. Zo vond de Hoge Raad in 1997 dat een discodanser in discotheek iT een redelijk belang had tegen publicatie van een actiefoto in de Gaykrant.

In februari 2005 besliste de Rechtbank Amsterdam dat het portret van minister-president Balkenende niet gebruikt mocht worden in reclame van de Kijkshop. Het ging hier om een karikatuur-tekening, geen foto, maar het was duidelijk (uit haardracht, bril en gelaatsuitdrukking) wie er bedoeld was. De tekening was dus een portret.

Het verweer dat het satirisch bedoeld was (wat zou blijken uit de slagzin "Zonder verkoper shopt J-Peetje goedkoper") ging niet op; reclame is geen spotprent. Ook het feit dat de minister-president een bekend personage was, en dus een minder groot privacy-belang had, werd onvoldoende geacht.

Toestemming geven

Wie expliciet toestemming geeft, kan uiteraard later geen redelijk belang meer inroepen tegen publicatie. Voor fotografen is het dus verstandig om altijd expliciete toestemming te regelen van mensen die op een foto staan.

Gebruik bij nieuws

Het tonen van iemands portret kan nieuwswaarde hebben. Tegelijkertijd kan iemands privacy geschonden worden, of kan hij zelfs negatief afgeschilderd worden door een publicatie in de krant. Dat kan een redelijk belang opleveren tegen publicatie. Dat belang moet dan worden afgewogen tegen de nieuwswaarde van het bericht.

Portretrecht en vrije meningsuiting

Nieuws en verslaggeving van gebeurtenissen op de openbare weg valt onder de vrije meningsuiting. Omdat een vrije pers erg belangrijk is voor de democratische samenleving, genieten zulke publicaties een zeer hoge mate van bescherming. Ook bij verslaggeving in de vorm van publicatie van een foto met een portret.

Een privacy-belang inroepen tegen zo'n publicatie ligt dan lastig. De rechter moet dan het privacy-belang van de persoon op de foto afwegen tegen de nieuwswaarde van de publicatie. Dat blijkt uit het Ferdi E.-arrest. Daarbij zal bijvoorbeeld meespelen hoe relevant de foto is bij het bericht, of het "afblokken" van het gezicht de nieuwswaarde van de foto in stand houdt en hoe bekend de persoon is. Hoe bekender iemand is, hoe minder hij kan doen tegen privacyschendingen in het kader van (roddel)journalistiek.

Een getuige van een misdrijf zal sneller een privacybelang kunnen inroepen, omdat hij door publicatie van zijn portret in grote problemen kan komen. En hoe een getuige er uit ziet, is zelden relevant voor het nieuwsfeit waar hij over getuigt. De nieuwswaarde van de foto is dan klein.

Afblokken en balkjes

Iemands gezicht voorzien van het bekende zwarte balkje, of tegenwoordig steeds vaker een digitale vervorming van het hele hoofd, is een manier om iemand onherkenbaar te maken. Als dat kan, is er geen sprake meer van een portret en dus kan er dan ook geen portretrecht meer worden ingeroepen. Alleen blijkt dat, zeker bij "afbalken", mensen vaak nog steeds herkenbaar zijn. Zo'n balkje maakt het dan alleen maar erger: de persoon wordt dan herkenbaar neergezet als crimineel.

Portretrecht voor de politie

Ook politieagenten kunnen aanspraak maken op portretrecht, maar dat wordt minder snel erkend dan bij gewone burgers. De politie verricht een openbare taak, en moet daarbij een grotere inbreuk op de persoonlijke levenssfeer toestaan dan privépersonen.

Het gebeurt steeds vaker dat politieagenten worden gefotografeerd of gefilmd terwijl ze aan het werk zijn. Dat mag, ook als ze niet bezig zijn met groot nieuws. Het portretrecht geldt voor de politie maar beperkt, omdat zij bezig zijn met een openbare taak. Net als bekende personen hebben zij dan meer te tolereren.

In 2003 riepen twee agenten die werden gefotografeerd bij een flitscontrole hun portretrecht in tegen de fotograaf (die de foto's op een website wilde zetten). De fotograaf stelde daar een nieuwsbelang tegenover: de politie doet in de openbaarheid haar werk en daar moet verslag over kunnen worden gedaan. In het hoger beroep besliste de rechtbank dat publicatie wel mocht, maar de agenten moesten onherkenbaar getoond worden en hun namen mochten er niet bij vermeld worden. Daarmee kon nog steeds een verslag over de flitsactiviteiten gemaakt worden en werd toch de privacy van de agenten bewaard.

Vandaar dat portretrecht voor de politie niet snel erkend wordt. Inbeslagname van foto's door agenten is dan ook juridisch zeer twijfelachtig. Zie ook de Leidraad over de positie van de pers bij politie-optreden uitgegeven door het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

De politie kan echter wel eisen dat een fotograaf voldoende afstand houdt als hij bezig is met bijvoorbeeld een arrestatie. De fotograaf mag de politiewerkzaamheden niet hinderen. De politie kan ook een gebied afsluiten. Alleen verslaggevers met een perskaart mogen dan naar binnen.

Heimelijk fotograferen of filmen

Fotograferen en filmen van mensen op de openbare weg mag, mits je maar rekening houdt met het portretrecht. Een camera ophangen mag echter alleen als je dat duidelijk aankondigt. Hetzelfde geldt voor foto's in besloten ruimtes.

Fotograferen of filmen van mensen op straat, in winkels en andere openbare locaties gebeurt soms ook wel in het geheim. Er gelden dan extra regels. Elk opzettelijk filmen of fotograferen van personen met een aangebrachte camera in de openbare ruimte is verboden, tenzij dit vooraf duidelijk is aangekondigd (art. 441b Wetboek van Strafrecht: maximaal twee maanden cel). Je mag dus wel op straat fotograferen of filmen, maar geen vaste camera ophangen zonder meteen ook een bordje op te hangen dat deze er hangt.

Naast foto's in het openbaar maken, kunnen ook foto's in besloten ruimtes gemaakt worden. Elk opzettelijk filmen of fotograferen in woningen of niet-publieke plaatsen is verboden tenzij dit vooraf duidelijk is aangekondigd (art. 139f Wetboek van Strafrecht: maximaal zes maanden cel).

Gerelateerde artikelen

Gespecialiseerd advies nodig?

Heeft u na het lezen van dit artikel nog vragen, of zit u met een juridisch probleem waar u advies over wilt? Neem dan contact op met ICT-jurist Arnoud Engelfriet, auteur van dit artikel.

© Arnoud Engelfriet. Dit werk mag vrij worden verspreid en gepubliceerd zoals bepaald in de licentievoorwaarden.

Laatste wijziging:
27 January 2013