Ius mentis Homepage | Categorieën | Lijst A-Z | Willekeurig artikel | Herpubliceren? | Over deze site | Blog | Contact
 

Filesharing (P2P) en privacy

Verspreiding van muziek, films en ander auteursrechtelijk beschermd materiaal via file sharing netwerken wordt steeds populairder. Aangezien dat meestal zonder toestemming van de rechthebbenden gebeurt, treden die steeds harder op tegen dergelijke verspreidingen. Na eigenaars van websites, providers en leveranciers van file sharing software zijn nu de consumenten die bestanden verspreiden zelf aan de beurt. Deze acties staan echter op gespannen voet met de huidige privacy-wetgeving.

Inhoudsopgave

File sharing

Het verspreiden van bestanden is al zo oud als Internet zelf. Tot een aantal jaar geleden gebeurde dat vrijwel altijd via Websites, FTP-sites of een enkele keer per e-mail. Werd er via een dergelijk mechanisme iets publiekelijk aangeboden zonder toestemming, dan kon de eigenaar van de site een boze brief verwachten van de rechthebbende. De eigenaar was immers gemakkelijk te achterhalen aan de hand van de registratie-gegevens van de website of domeinnaam. In de gevallen waarin deze niet meewerkte, was de provider soms bereid om dan de site af te sluiten. Ook kon de eigenaar voor de rechter worden gedaagd om zo sluiting af te dwingen.

Aansprakelijk stellen van klanten

In een van deze gevallen (de zaak Scientology vs XS4All en Karin Spaink) weigerde de provider echter om een site van haar klant af te sluiten. De rechtbank bepaalde in eerste instantie dat een provider die weet of moet weten dat er sprake is van inbreuk, hiertegen op moet treden. Doet hij dat niet, dan is hij vanaf dat moment mede aansprakelijk voor de schade. Op grond van deze uitspraak werd het een stuk makkelijker om providers te overtuigen op te treden tegen sites met bijvoorbeeld grote collecties MP3 bestanden. In hoger beroep (4 september 2003) werd dit vonnis echter vrijwel geheel vernietigd.

Populariteit van filesharing

In de tussentijd was het aantal sites met MP3's, films en dergelijke al aardig teruggelopen. Dit kwam niet alleen door dit vonnis, maar ook omdat er inmiddels een nieuw systeem was om bestanden te verspreiden: de peer-to-peer file sharing netwerken. Het programma Napster was het populairste, totdat door een Amerikaanse rechtszaak het bedrijf kon sluiten. Daarna stapten gebruikers massaal over op het Nederlandse KaZaA en diverse andere programma's.

Het voornaamste juridische verschil tussen file sharing programma's en websites, is dat bij een website er één verantwoordelijke is voor de verspreiding van alle bestanden. Bij file sharing zijn het de vele individuele gebruikers die bestanden met elkaar uitwisselen. Organisaties als de BUMA/Stemra stelden vervolgens de makers van de software aansprakelijk. In hoger beroep werd dit echter afgewezen door het Gerechtshof, omdat die makers niet kunnen weten wat hun gebruikers doen, en er bovendien geen invloed op kunnen uitoefenen.

Vanaf dat moment is het aantal file sharing netwerken en het aantal gebruikers alleen maar toegenomen. Er worden steeds meer bestanden uitgewisseld, en nog steeds is een groot deel van die bestanden auteursrechtelijk beschermd. De rechthebbenden willen dit natuurlijk verbieden. Het moge dan ook geen verrassing zijn dat de volgende stap het aanpakken van individuele gebruikers werd.

Downloaden legaal

Er zijn nog steeds veel misverstanden over wat er nu wel en niet mag met file sharing software als KaZaA. De software zelf is volledig legaal en mag dus gewoon gebruikt worden. Ook het verspreiden van bestanden via dergelijke software is niet automatisch verboden. Iedereen mag zijn eigen vakantiefilmpjes, foto's en andere werken zonder problemen verspreiden op dergelijke netwerken. Pas op het moment dat die bestanden auteursrechtelijk beschermd zijn, wordt het problematisch.

Het verspreiden van beschermd materiaal mag alleen met toestemming van de rechthebbende. Het maakt hierbij niet uit of het verspreiden gratis of voor geld gebeurt. Ook doet het er niet toe dat de ontvanger al een legaal gekochte CD of DVD met hetzelfde werk heeft, of dat hij belooft het na 24 uur te zullen kopen of het bestand weg te gooien (of welke andere smoes dan ook). Er is geen enkele uitzondering op grond waarvan men bestanden mag verspreiden zonder toestemming van de auteursrechthebbende.

Aan de andere kant (bij de downloader) is er wel een uitzondering in de wet. Iedereen mag een zogeheten thuiskopie maken, mits die maar niet verder verspreid wordt. En dat mag ook zonder dat je het origineel gekocht hebt. Met andere woorden, het downloaden van een werk via een file sharing netwerk te zien is als een thuiskopie, mits de persoon die het werk downloadt dit maar aan niemand anders geeft.

Acties tegen consumenten

De Amerikaanse tegenhanger van de BUMA/Stemra, de RIAA, heeft inmiddels tegen 261 personen die bestanden uitwisselen rechtszaken aangespannen. Daarnaast zijn nog eens 'duizenden dagvaardingen' aangekondigd. Volgens de Amerikaanse auteurswet kan voor het uitwisselen van beschermde werken een schadevergoeding van maximaal 150.000 dollar per bestand worden gevorderd. In veel gevallen wordt echter geschikt voordat de zaak voor de rechter komt. Het gaat dan om bedragen van zo'n 3.000 dollar.

IP-adressen

Hoe de 261 personen uitgezocht zijn, is niet helemaal duidelijk. De meest voor de hand liggende manier is dat een vertegenwoordiger van de RIAA simpelweg inlogt op een file sharing netwerk en daar meekijkt wie welke bestanden delen. Het is namelijk bijzonder eenvoudig om het IP-adres te achterhalen van een PC die bestanden aanbiedt of verspreidt. De volgende stap is dan het benaderen van de provider die dat IP-adres beheert. Op grond van de Amerikaanse Digital Millennium Copyright Act (DMCA) is deze verplicht om de adresgegevens van de klant af te geven die op dat moment dat IP-adres in gebruik had.

In Nederland is er geen wettelijke verplichting. Op grond van jurisprudentie bestaat echter wel de mogelijkheid om persoonsgegevens van filesharing-gebruikers die werken verspreiden, op te eisen van providers. Om iemand aansprakelijk te stellen voor onrechtmatig gedrag op internet, zijn zijn adresgegevens nodig. In de meeste gevallen heeft alleen zijn provider die gegevens. Op grond van jurisprudentie zijn providers verplicht deze NAW-gegevens af te geven als de eiser daar een redelijk belang bij heeft. Lees meer in Afgeven van klantgegevens.

Gerelateerde artikelen

Gespecialiseerd advies nodig?

Heeft u na het lezen van dit artikel nog vragen, of zit u met een juridisch probleem waar u advies over wilt? Neem dan contact op met ICT-jurist Arnoud Engelfriet, auteur van dit artikel.

© Arnoud Engelfriet. Dit werk mag vrij worden verspreid en gepubliceerd zoals bepaald in de licentievoorwaarden.

Laatste wijziging:
16 december 2016